AL-QUDDŪS: een reflectie op het bestaan en de eenheid van Allah

AL-QUDDŪS: een reflectie op het bestaan en de eenheid van Allah

 

وَاْلاَرْضَ فَرَشْنَاهَا فَنِعْمَ الْمَاهِدُونَ

Een subtiliteit van dit vers, en een manifestatie van de Naam al-Quddūs — Die óf de Ism-i azam is, óf een van de zes lichten van de Ism-i azam — werd mij aan het einde van de gezegende maand Shaʿbān, in de gevangenis van Eskişehir, duidelijk. Zij maakte zowel het goddelijke bestaan volledig duidelijk als de eenheid van de Heer volkomen helder. Dat gebeurde als volgt:

Ik zag dat dit universum en deze aardbol een voortdurend werkende grote fabriek zijn, en tegelijk een herberg, een gastenverblijf, dat onophoudelijk wordt gevuld en geleegd. Zulke drukke fabrieken, herbergen en gastenverblijven raken echter sterk bevuild door afval, puin en vuilnis; stinkende stoffen hopen zich overal op. Zonder voortdurende zorg, reiniging en schoonmaak zou men er niet kunnen verblijven; de mens zou erdoor worden verstikt.

Deze kosmische fabriek en dit aardse gastenverblijf zijn zó zuiver, schoon en verzorgd, zó vrij van vuil, onreinheid en stank, dat er geen nutteloos ding, geen zinloze stof en geen toevallig vuil in te vinden is. En al lijkt er uiterlijk iets onreins te zijn, dan wordt het onmiddellijk opgenomen in een proces van omzetting en gezuiverd.

Dat betekent dat Degene die voor deze fabriek zorgt, haar met uiterste zorg beheert. Hij is de Eigenaar van deze fabriek en reinigt, ordent en zuivert haar alsof zij slechts een kleine kamer is. In verhouding tot haar immense omvang is er geen ophoping van afval of vuil; integendeel, juist evenredig aan haar grootsheid wordt aandacht besteed aan haar reinheid en zuiverheid.

Wanneer een mens zich een maand niet wast en zijn kleine kamer niet schoonmaakt, wordt hij smerig en raakt zijn kamer vervuild. De zuiverheid, helderheid, lichtheid en schoonheid van dit wereldpaleis komen dus voort uit een voortdurende, wijze reiniging en een zorgvuldige zuivering. Indien er geen voortdurende zuivering en zorgvuldige zorg zouden zijn, zouden binnen één jaar de talloze diersoorten op het aardoppervlak verstikken; en het puin van planeten, manen en misschien zelfs sterren die in de ruimte te gronde gaan, zou als bergen steen op onze hoofden neerstorten, tot de ondergang van de wereld leiden en ons van deze wereld verdrijven. Toch zijn er door de eeuwen heen slechts enkele hemelse stenen gevallen, zonder iemand schade toe te brengen.

Evenzo zouden de levenscycli van ontelbare soorten dieren en planten op aarde elk jaar de land- en zeeoppervlakken zo verontreinigen met kadavers en puin, dat bewuste wezens er niet alleen geen liefde meer voor zouden voelen, maar uit afkeer naar dood en niet-bestaan zouden verlangen.

Zoals een vogel moeiteloos zijn vleugels reinigt en een schrijver gemakkelijk zijn bladzijden schoonhoudt, zo worden ook de vleugels van dit aardse schip en van de hemelse vogels, evenals de bladzijden van het boek van het universum, voortdurend gereinigd en verfraaid. Daarom worden mensen die de oneindige schoonheid van het hiernamaals niet kennen en niet met geloof nadenken, verliefd op de schoonheid van deze wereld en gaan haar zelfs vereren.

Dit wereldpaleis en deze kosmische fabriek tonen dus een manifestatie van een hoogste uitwerking van de Naam al-Quddūs. Niet alleen de zee-opruimers en roofvogels op het land gehoorzamen de heilige bevelen van reiniging, maar ook wolven, mieren en andere ‘sanitaire werkers’ die kadavers opruimen. Zelfs de rode en witte bloedcellen luisteren naar deze heilige bevelen en verrichten reiniging in de lichaamscellen; de adem zuivert het bloed.

Evenzo volgen de oogleden deze bevelen en reinigen zij de ogen; vliegen gehoorzamen eraan door hun vleugels schoon te vegen. Zo luisteren ook de lucht en de wolken ernaar. De lucht blaast stof en vuil van het aardoppervlak weg, en de wolken sproeien water om het stof neer te slaan. Daarna trekken zij zich ordelijk terug, zodat het aangezicht van de hemel helder en stralend blijft.

En zoals de sterren, de elementen, de mineralen en de planten deze bevelen van reiniging gehoorzamen, zo luisteren ook de kleinste deeltjes ernaar. Midden in de verbazingwekkende stormen van verandering letten zij op zuiverheid, verzamelen zij zich niet nutteloos en verspreiden zij zich snel wanneer zij zich onnodig ophopen. Zij worden snel gereinigd wanneer zij verontreinigd raken en door een hand van wijsheid geleid naar de meest zuivere, heldere, schone en subtiele vormen.

Inderdaad, deze ene handeling, namelijk de reiniging, is een hoogste manifestatie van een Ism-i azam, al-Quddūs, in de grootste kring van het universum. Zij toont rechtstreeks het goddelijke bestaan en de eenheid, samen met de andere Schone Namen, zo duidelijk als de zon voor wijd geopende ogen.

In vele delen van de Risale-i Nur is met overtuigende bewijzen aangetoond dat de handeling van ordening en orde, als manifestatie van de Namen al-Hakem en al-Hakīm; de handeling van evenwicht en maat, als manifestatie van de Namen al-Adl en al-Ādil; de handeling van verfraaiing en weldaad, als manifestatie van de Namen al-Djemīl en al-Kerīm; en de handeling van opvoeding en voorziening, als manifestatie van de Namen ar-Rabb en ar-Rahīm — doordat zij in de grootste kring van het universum elk één samenhangende werkelijkheid en één enkele handeling vormen — het noodzakelijke bestaan en de eenheid van de Ene Schepper tonen. Op precies dezelfde wijze toont ook de handeling van reiniging en zuivering, als manifestatie van de Naam al-Quddūs, zowel het zonheldere bestaan als de dagklare eenheid van Wādjibul-Wudjūd.

En zoals deze wijze handelingen — ordening, evenwicht en maat, verfraaiing en reiniging — in hun soortelijke eenheid binnen de grootste kring één Enige Schepper aanwijzen, zo bezit ook het merendeel van de Schone Namen, mogelijk ieder van de duizend-en-één Namen, in deze grootste kring een dergelijke hoogste manifestatie. En de handeling die uit zo’n manifestatie voortkomt, toont, evenredig aan haar grootsheid, met helderheid en zekerheid de Ene en Enige.

Inderdaad, de vele duidelijke waarheden en handelingen van eenheid die het universum verlichten — zoals de alomvattende wijsheid die alles aan haar wet en orde onderwerpt; de alomvattende voorzienigheid die alles siert en verfraait; de wijd reikende barmhartigheid die alle wezens verheugt en tevreden stelt; de algemene levensvoorziening die al het levende voedt en hun voedsel aangenaam en genietbaar maakt; en het leven en het tot leven wekken, die alle dingen met elkaar verbinden en elkaar tot nut doen zijn — tonen, even duidelijk als de zon het licht toont, onmiskenbaar het bestaan van één Enige Alwijze, Vrijgevige, Genadevolle, Voorzienende, Levende en Levendschenkende Schepper.

Indien echter ook maar één van deze talrijke, wijd reikende handelingen — die elk op zichzelf een schitterend bewijs van de eenheid zijn — niet wordt toegeschreven aan Wāhid-i Ehad, dan ontstaan noodzakelijkerwijs honderden onmogelijkheden vanuit evenzovele gezichtspunten.

Zo bijvoorbeeld, indien niet eens al deze duidelijke waarheden en bewijzen van eenheid, zoals wijsheid, voorzienigheid, barmhartigheid, levensvoorziening en het tot leven wekken, maar zelfs alleen de handeling van reiniging niet wordt toegeschreven aan de Schepper van het universum, dan wordt men, volgens het ongelovige denkpad van de afgedwaalden, onvermijdelijk gedwongen één van de volgende onhoudbare aannames te aanvaarden:

  • Ofwel moet elk schepsel — van het kleinste deeltje en de vlieg tot aan de elementen en de sterren die bij het reinigingsproces in het universum betrokken zijn — het vermogen bezitten om de versiering, het evenwicht, de ordening en de reiniging van het gehele universum te kennen, te overwegen en ernaar te handelen;
  • Ofwel moeten in elk van deze schepselen de heilige eigenschappen van de Schepper der Werelden aanwezig zijn;
  • Ofwel moet er, om de versieringen en reinigingen van dit universum en het evenwicht van zijn inkomsten en uitgaven te regelen, een raad van overleg ter grootte van het universum bestaan, waarvan ontelbare deeltjes, vliegen en sterren de leden zouden zijn.

En zo verder. Op deze wijze zouden er nog honderden bijgelovige en onzinnige onmogelijkheden moeten worden aangenomen, opdat de overal zichtbare en daadwerkelijk waargenomen algemene, alomvattende verheven versiering, zuivering en reiniging tot stand zouden kunnen komen. Dat is echter niet slechts één onmogelijkheid, maar het openen van honderdduizend onmogelijkheden tegelijk.

Inderdaad, indien het licht van de dag en de denkbeeldige zonnetjes die weerspiegeld worden in alle glanzende dingen op aarde niet aan de zon zelf worden toegeschreven en niet worden beschouwd als de weerkaatsing van één enkele zon, dan zou het noodzakelijk zijn dat in elk stuk glas, in elke waterdruppel, in elk sneeuwkristal op het aardoppervlak en zelfs in de kleinste deeltjes van de lucht een werkelijke zon aanwezig zou zijn, opdat dat algemene licht zou kunnen bestaan.

Waarlijk, wijsheid is een licht. De alomvattende barmhartigheid is een licht. Verfraaiing, evenwicht, ordening en reiniging zijn alomvattende lichten, die allen stralen zijn van de Eeuwige Zon.

Kom dan en zie hoe dwaling en ongeloof in een volstrekt onontkoombaar moeras terechtkomen. En aanschouw hoe en tot welke mate de onwetendheid binnen de dwaling dwaas en onzinnig is.

Zeg dan:

اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ عَلٰى دٖينِ الْاِسْلَامِ وَ كَمَالِ الْاٖيمَانِ

Inderdaad, deze verheven en algemene reiniging die het paleis van het universum volkomen zuiver houdt, is zonder twijfel een manifestatie en een vereiste van de Naam al-Quddūs.

Voorwaar, zoals de verheffende lofprijzingen van alle schepselen, waarin zij Allah van alle tekortkomingen verheerlijken, op de Naam al-Quddūs wijzen, zo vereist de Naam al-Quddūs al hun reinheid en zuiverheid. Juist vanwege deze heilige verbondenheid van reinheid wordt in de hadith

اَلنَّظَافَةُ مِنَ اْلاِيمَانِ

de reinheid gerekend tot het licht van de iman; en toont ook het vers

اِنَّ اللّٰهَ يُحِبُّ التَّوَّابِينَ وَيُحِبُّ الْمُتَطَهِّرِين

dat reinheid een aanleiding is tot goddelijke liefde.