DE FLITSEN
Inderdaad, hoewel deze volmaakte woorden eigenlijk verdienden om te worden geslingerd in het wrede gezicht van deze tijd — die onder de sluier van vrijheid een verschrikkelijke onderdrukking draagt — zijn zij ten onrechte geslingerd in het gezicht van een zeer belangrijke persoon die deze slag geenszins verdiende:
Is het mogelijk om met onrecht en onderdrukking de vrijheid te vernietigen?
Probeer dan, als je kunt, het verstand uit de mens weg te nemen!
In plaats van die woorden zeg ik, om ze in het gezicht van deze tijd te slingeren:
Is het mogelijk om met onrecht en onderdrukking de waarheid te vernietigen?
Probeer dan, als je kunt, het hart uit de mens weg te nemen!
Of
Is het mogelijk om met onrecht en onderdrukking de deugd te vernietigen?
Probeer dan, als je kunt, het geweten uit de mens weg te nemen!
Inderdaad, gelovige deugd is geen middel tot overheersing, noch kan zij een oorzaak van onderdrukking zijn. Overheersen en de overhand nemen is juist een gebrek aan deugd. Voor mensen van deugd is de belangrijkste levenshouding juist om met bescheidenheid en met het besef van eigen onmacht en armoede deel te nemen aan het maatschappelijke leven. LillāhilhamdAlle lof zij Allah. is ons leven altijd volgens deze levenshouding verlopen en verloopt het nog steeds zo.
Ik beweer niet uit trots dat er in mij deugd aanwezig is; maar om de goddelijke gunst te vermelden als een vorm van dankbaarheid zeg ik het volgende:
Allah heeft mij door Zijn genade en vrijgevigheid de gunst verleend mij bezig te houden met en inzicht te verkrijgen in de kennis van de īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking).Het geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking). en de Koran.
LillāhilhamdAlle lof zij Allah. heb ik deze goddelijke gunst – met goddelijke hulp – gedurende mijn hele leven besteed aan het welzijn en het geluk van deze islamitische gemeenschap. Zij is nooit een middel tot overheersing of machtsmisbruik geweest. Integendeel, de aandacht en waardering van mensen — die door velen worden gezocht — zijn mij, om een diepe reden, onaangenaam; ik ontwijk ze. Omdat zij mij twintig jaar van mijn vroegere leven hebben doen verliezen, beschouw ik die aandacht als schadelijk voor mij. Maar die waardering zie ik als een teken van waardering voor de Risale-i Nur; daarom wijs ik ze niet af.
Zie dan, o wereldgerichte mensen! Terwijl ik mij in het geheel niet met jullie wereld bemoei, geen enkel raakvlak heb met jullie beginselen, en terwijl mijn negenjarige leven in afzondering ervan getuigt dat ik geen enkele wens of bedoeling heb om mij opnieuw met wereldse zaken in te laten — op grond waarvan worden dan al deze bewakingen en deze druk op mij uitgeoefend, alsof ik een voormalige machthebber ben die slechts wacht op een gelegenheid om weer te overheersen? Op grond van welke wet? Met welk belang?
Geen enkele regering ter wereld zou een behandeling toestaan die boven de wet staat en door niemand wordt goedgekeurd. Toch word ik aan zulke slechte behandelingen onderworpen dat niet alleen ik mij gekrenkt voel. Als de mensheid ervan wist, zou ook zij zich gekrenkt voelen — misschien zelfs het hele universum.