DE FLITSEN

 

 

EEN BIJZONDERE BRIEF AAN EEN DEEL VAN MIJN BROEDERS

 

Aan mijn broeders die vermoeid raken van het schrijven en die in de Drie Heilige Maanden — maanden van aanbidding — andere vormen van ewrād verkiezen boven het schrijven van de Risale-i Nur, dat vanuit vijf gezichtspunten als een vorm van aanbidding wordt beschouwd, wil ik een subtiele betekenis van twee overleveringen uiteenzetten.

 

De eerste:

 

يُوزَنُ مِدَادُ الْعُلَمَاۤءِ بِدِمَاۤءِ الشُّهَدَاۤءِ  (أَوْ كَمَا قَالَ)

 

Oftewel: “Op de Dag der Opstanding zal de inkt die de ware geleerden hebben verbruikt, worden gewogen tegenover het bloed van de shuhedā; en zij zal van gelijke waarde zijn.”
 

 

De tweede:

 

 مَنْ تَمَسَّكَ بِسُنَّتِى عِنْدَ فَسَادِ اُمَّتِى فَلَهُ اَجْرُ مِائَةِ شَهِيدٍ  (أَوْ كَمَا قَالَ)  

 

Dat wil zeggen, in een tijd waarin bidʿas en dwalingen de overhand krijgen, zal degene die zich vastklampt aan de soenna van de Profeet (saw) en aan de waarheid van de Koran en daaraan dienstbaar is, de beloning van honderd shuhedā ontvangen.

 

O broeders die door een neiging tot gemakzucht in het schrijven ontmoedigd raken, en o broeders met een soefi-gezinde aard!

 

De gezamenlijke betekenis van deze twee overleveringen toont aan dat in een tijd als deze één dirham van de inkt die vloeit uit gezegende en oprechte pennen — die de waarheden van het geloof en de geheimen van de sharia en de soenna dienen en waarvan de inkt als zwart licht of als levenswater geldt — op de Dag der Opstanding de waarde kan hebben van honderd dirham van het bloed van shuhadā en jullie ten goede kan komen. Streef er daarom naar dit te verkrijgen.

 

 Indien jullie zeggen:

 

“In de overlevering wordt gesproken over ‘geleerden’. Sommigen van ons zijn echter slechts schrijvers.”

 

Dan luidt het antwoord:

 

Wie deze verhandelingen en lessen gedurende één jaar begrijpend en instemmend leest, kan een waarachtig en belangrijk geleerde van deze tijd worden.

 

Zelfs als jullie deze verhandelingen niet volledig kunnen begrijpen, kunnen jullie toch de in de overlevering vermelde beloning verkrijgen. Want aangezien de leerlingen van de Risale-i Nur een geestelijke persoonlijkheid vormen, is die geestelijke persoonlijkheid zonder twijfel een geleerde van deze tijd. Jullie pennen zijn als de vingers van die geestelijke persoonlijkheid.

 

Hoewel ik vanuit mijn eigen standpunt onbekwaam ben, hebben jullie mij — op grond van jullie goede vermoeden — in de positie van een meester en, in zekere zin, als een geleerde beschouwd en je aan mij verbonden. Aangezien ik ongeletterd ben en zelf geen pen hanteer, worden jullie pennen als mijn pen gerekend — en zo zullen jullie de in de overlevering vermelde beloning verkrijgen.