DE FLITSEN

 

 

ACHTSTE SUBTILITEIT

Dit is ook mooi

 

Toen de zin

 

اَلْفُ اَلْفِ صَلاَةٍ وَ اَلْفُ اَلْفِ سَلاَمٍ عَلَيْكَ يَارَسُولَ اللّٰهِ

 

tijdens de tasbihāt na het gebed werd gereciteerd, zag ik van verre een subtiele en fijne betekenis die zich daarin ontvouwde. Ik kon het geheel niet volledig vasthouden, maar ik zal bij wijze van aanduiding een paar zinnen ervan weergeven.

 

Ik zag dat de wereld van de nacht als een pas geopende verblijfplaats was. Tijdens het nachtgebed trad ik die wereld binnen. Door de buitengewone uitgestrektheid van de verbeelding en doordat de menselijke natuur met de gehele wereld verbonden is, zag ik de grote wereld in die nacht als één verblijfplaats.

 

De levende wezens en de mensen werden zo klein dat zij bijna onzichtbaar werden. In mijn verbeelding zag ik dat de geestelijke persoonlijkheid van Muhammed (saw) de enige was die dat verblijf verlevendigt, vertrouwd maakt en verlicht.

 

Zoals iemand, wanneer hij een nieuwe verblijfplaats binnengaat, de bewoners ervan groet, voelde ik in mij een sterke drang opkomen om te zeggen: “Duizenden groeten zij met u, o Boodschapper van Allah.” Het was alsof ik evenveel groeten bracht als het aantal mensen en djinn.

 

Dat wil zeggen, door middel van die groet vernieuwen wij onze trouw aan u, erkennen wij uw profeetschap, gehoorzamen wij de wetten die u hebt gebracht en onderwerpen wij ons aan uw bevelen. Zo liet ik als het ware alle djinn en mensen — de bewuste wezens van mijn wereld — spreken en bood ik namens ieder van hen één groet aan, met deze betekenissen.

 

En zoals hij met het licht en de gave die hij heeft gebracht mijn wereld verlicht, zo verlicht en verrijkt hij ook ieders wereld. Daarom zei ik, als uiting van dankbaarheid voor dat geschenk: “Duizenden zegeningen dalen op u neer.”

 

Dat wil zeggen, ik voelde in mijn verbeelding dat wij deze weldaad niet voldoende kunnen beantwoorden. Daarom drukken wij onze dankbaarheid uit door te bidden dat uit de schatkamer van de barmhartigheid van onze Schepper evenveel barmhartigheden over u neerdalen als het aantal bewoners van de hemelen.

 

De Eerbiedwaardige Boodschapper (saw) verlangt, vanuit zijn dienaarschap en als vertegenwoordiger van de schepping bij Allah, naar salāt — barmhartigheid — en vanuit zijn profeetschap, als boodschapper van Allah naar de schepping, naar selām — vrede.

 

Zoals hij waardig is aan evenveel selām als het aantal djinn en mensen, en wij namens allen een algemene vernieuwing van trouw aanbieden, zo is hij ook waardig aan evenveel salāt (zegeningen) uit de schatkamer van de barmhartigheid als het aantal bewoners van de hemelen.

 

Want met het licht dat hij heeft gebracht wordt de volmaaktheid van alles zichtbaar, verschijnt de waarde van elk wezen, wordt de goddelijke taak van elk schepsel aanschouwd en worden de goddelijke bedoelingen daarin zichtbaar.

 

Daarom zou ieder wezen, als het niet alleen met de taal van zijn toestand maar ook met een uitgesproken taal kon spreken, zeker zeggen:

 

اَلصَّلَاةُ وَالسَّلَامُ عَلَيْكَ يَا رَسُولَ اللَّهِ

 

Daarom zeggen wij namens allen:


اَلْفُ اَلْفِ صَلاَةٍ وَ اَلْفُ اَلْفِ سَلاَمٍ عَلَيْكَ يَا رَسُولَ اللّٰهِ بِعَدَدِ الْجِنِّ وَاْلاِنْسِ وَبِعَدَدِ الْمَلَكِ وَالنُّجُومِ

 

فَيَكْفِيكَ اَنَّ اللّٰهَ صَلّٰى بِنَفْسِهِ وَ اَمْلاَكَهُ صَلَّتْ عَلَيْهِ وَسَلَّمَتْ