De Brieven

 

 

بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِ

وَ بِهٖ نَسْتَعٖينُ

 

 

DE TWEEDE BRIEF

 

بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُ

وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ

 

 Een gedeelte van het antwoord op een geschenk van een welbekende student. [1]

 

Ten derde

 

Jij hebt mij een geschenk gestuurd, maar daarmee zou je één van mijn uiterst belangrijke principes doorbreken. Ik wil niet zeggen: “Zoals ik geen geschenk aanneem van mijn broer Abdulmecid en mijn neef Abdurrahman, neem ik dat ook niet van jou aan.” Want jij staat mij innerlijk dichterbij dan zij en jouw geestelijke ontwikkeling is verder gevorderd. Daarom zal jouw geschenk — ook al zou ik dat van iedereen weigeren — voor deze ene keer niet worden afgewezen. Toch zal ik je bij deze gelegenheid het geheim van dit principe uitleggen:

 

De Oude Said aanvaardde nooit een geschenk. Liever zou hij sterven dan onder de last van een verplichting te komen. Ondanks alle moeite en beproevingen die hij heeft doorstaan, heeft hij dit principe nooit geschonden. Deze eigenschap, die jouw broeder in zekere zin als erfenis van de Oude Said heeft overgenomen, is geen vorm van gekunstelde vroomheid of schijnbare ascese, maar berust op zes ernstige redenen.

 

De eerste: de afgedwaalde mensen beschuldigen de Islamitische geleerden ervan dat zij hun religieuze kennis gebruiken als middel tot persoonlijk gewin. Zij vallen hen op laaghartige wijze aan met de bewering: “Zij maken kennis en geloof tot een bron van inkomsten om in hun levensonderhoud te voorzien.” Het is daarom van essentieel belang om het tegendeel van deze beschuldiging met daden te bewijzen.

 

De tweede: wij zijn verantwoordelijk om de profeten te volgen in het verkondigen en verspreiden van de geloofswaarheden. In de Koran wordt geopenbaard dat degenen die de waarheid verkondigen

اِنْ اَجْرِىَ اِلَّا عَلَى اللّٰهِ ٭ اِنْ اَجْرِىَ اِلَّا عَلَى اللّٰهِ

zeggen. Op die wijze hebben zij hun onafhankelijkheid bewezen en hun terughoudendheid tegenover de mensen getoond. Ook het vers

اِتَّبِعُوا مَنْ لَا يَسْئَلُكُمْ اَجْرًا وَهُمْ مُهْتَدُونَ

in soera el-Yāsīn draagt een diepe betekenis met zich mee ten aanzien van dit onderwerp.

 

De derde: in Het Eerste Woord is uiteengezet dat men omwille van Allah dient te geven en omwille van Hem dient te nemen. Maar meestal is ofwel degene die geeft onachtzaam, omdat hij geeft in zijn eigen naam en heimelijk een wederdienst verwacht, ofwel degene die neemt, omdat hij de verering en lof die toekomt aan Munim-i Haqīqī toeschrijft aan de oorzaken, en begaat daarmee een vergissing.

 

 

---------------------------------

[1] Dit verwijst naar Hulusi Yahyagil, de voornaamste student van de Risale-i Nur. Hij was afkomstig uit Oost-Turkije en diende destijds als kapitein in het leger, gestationeerd in Eğirdir. In de lente van 1929 bezocht hij Bediuzzaman Said Nursi voor het eerst. Over hem zei Bediuzzaman: “Zijn ambitie en ernst waren de belangrijkste redenen voor het ontstaan van De Woorden en De Brieven.” Noot van de vertalers.