De Brieven

 

 

DE DERDE BRIEF

 

بِاسْمِهٖ سُبْحَانَهُ

وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ

 

Een gedeelte van een brief aan zijn welbekende student.

 

 

Ten vijfde

 

Jij schreef in één van jouw brieven aan mij dat je wenst deel te nemen aan mijn gevoelens hier. Luister dan nu naar één van de duizend ervan!

 

Op een nacht, toen ik vanuit mijn boomhut op de top van een cederboom naar de wonderschone met sterren versierde hemel keek, aanschouwde ik in de eed van de Koran

فَلَٓا اُقْسِمُ بِالْخُنَّسِ ٭ اَلْجَوَارِ الْكُنَّسِ

een verheven licht van wonderbaarlijkheid en een schitterend geheim van balāgha. Dit vers, dat verwijst naar de planeten wanneer zij zich terugtrekken of verspreiden, toont aan de blik van de beschouwer van deze hemel een subliem geborduurd kunstwerk en een verheven wandkleed vol lering.

 

Inderdaad, de planeten treden uit de invloedsfeer van de zon, hun bevelhebber, en treden toe tot de kring van de vaste sterren en tonen aan de hemel steeds nieuwe kunstige taferelen aan ons. Soms staan zij schouder aan schouder met een andere heldere ster en tonen zo een sierlijke formatie. Soms begeven zij zich tussen kleine sterren en doen dan denken aan een bevelhebber te midden van zijn troepen. Vooral in deze tijd van het jaar, na zonsondergang aan de horizon, vertonen de planeet Venus en haar heldere metgezel vóór dageraad een uiterst lieflijke en fraaie aanblik. En nadat ze hun taken als inspecteurs hebben volbracht en als schietspoel van borduurkunst hebben gediend, keren ze terug en verstoppen zich in de schitterende cirkel van hun sultan, de zon.

 

Nu zie je hoe deze planeten, die Khunnes en Kunnes worden genoemd, even helder als de zon zelf de majesteit van de heerschappij van Degene Die onze aarde in de diepte van het heelal als een schip of als een vliegtuig in volmaakte orde laat rondreizen. Aanschouw de pracht van zo een heerschappij waarvan de schepen en vliegtuigen duizendmaal groter zijn dan onze aarde en in één seconde een afstand van acht uur kunnen overbruggen. Inderdaad, besef hoe verheven het geluk en hoe groot de eer is om met zo een Heer middels aanbidding en īmān verbonden te zijn, en in deze wereld Zijn gast te mogen zijn.